Zoeken in Tolkcontact

Terug naar boven

Tolkcontact Lakt: Kees-Ate van der Meer

Dit keer spreekt Ghislaine in haar nagelsalon een oude bekende. Kees-Ate van der Meer, in de volksmond ook wel Kees genoemd, is namelijk een oud-Tolkcontactcollega. Ondertussen is hij alweer een tijdje gebarentolk en hij heeft genoeg interessants te delen. Wist je bijvoorbeeld dat hij kameleon-wenkbrauwen heeft? Terwijl zijn nagels in de lak worden gezet, leren Ghislaine en wij hem toch nog iets beter kennen.

Door Ghislaine Groenewegen

Tien vingers, tien vragen

  1. Hoe ben je tolk geworden? 

‘Van jongs af aan heb ik al een fascinatie voor gebarentaal gehad. Ik zag dat dan bijvoorbeeld op tv en dan bleef ik kijken. Héél vroeger had je op BBC [British Broadcasting Company, de Engelse publieke omroep, red.] het programma See Hear, een programma voor en door doven, en daar kon ik  echt niet van wegkijken. Toen ik in 2002 bij Kentalis ging werken kreeg ik voor het eerst te maken met dove collega’s. Dat vond ik heel tof. Ik herinner me de eerste keer dat ik met een doof persoon in een kamer zat, dat ik niet eens durfde te wapperen om wat te vragen. 

Wat een ontzettend mooi toeval is, is dat tijdens mijn rondleiding door Kentalis ik een vrouw tegenkwam, de eerste dove persoon die ik echt zag gebaren. Een aantal jaar later werd zij een goede vriendin en ben ik met haar een co-ouderschap aangegaan en is twee jaar geleden onze dochter geboren. Hoe bijzonder!

Bij Kentalis ben ik ook voor het eerst in contact gekomen met tolken. En hoewel ik ook daar compleet door gefascineerd was, dacht ik dat ik dat zelf nooit zou kunnen, alleen faciliterend aanwezig zijn en niet aan het gesprek deelnemen. Dat heb ik me een hele tijd voorgehouden, maar op een gegeven moment zei ik “je bent gewoon tegen jezelf aan het liegen, eigenlijk wil je het wel!”. 

Uiteindelijk ben ik in 2015 met de tolkopleiding begonnen. Aanvankelijk veel meer met het idee om Nederlandse Gebarentaal onder de knie te krijgen dan om daadwerkelijk tolk te worden. Maar door de jaren heen, en zeker nu ik alweer twee jaar afgestudeerd ben, is tolken echt een onderdeel van mijn leven geworden.’

  1. Kan je in woorden je naamgebaar uitleggen?

‘Men neme de K-handvorm, en dan twee keer tikken op de rand van je wenkbrauw. Gekregen van een dove collega. Het had te maken met het feit dat als ik veel in de zon kom, mijn wenkbrauwen dan bijna net zo wit worden als jouw haar…’

Wie me langer kent weet dat mijn haarkleur nog wel eens wil veranderen naar roze of blauw of een andere coole kleurencombinatie, maar het moment van het interview had ik inderdaad zilverwit haar.

‘… en mensen vroegen soms zelfs of ik mijn wenkbrauwen verfde. Zo wit werden ze. En in de winter werden ze dan weer bruiner. Een soort kameleon-wenkbrauwen. Vandaar het gebaar op die plek.’

  1. Herinner je je nog een bijzondere of leerzame tolkopdracht?

‘Iets waar ik heel veel van geleerd heb, was een tolkopdracht in de klas. Een compleet rellende klas met een docent die de controle daarover een beetje kwijt was. Op een gegeven moment was het zo chaotisch dat ik letterlijk en figuurlijk mijn handen in de lucht gooide met “zo kan ik toch niet tolken?!”.

Het leermoment was dat de klant mij toen heel netjes heeft uitgelegd dat ik niet zelf had moeten ingrijpen, maar dat ik had moeten vragen wat de klant wilde dat ik deed in zo’n geval. Uiteindelijk is ervoor gekozen om een andere tolk te zoeken. En zo blijkt maar dat het juist niet ingrijpen tijdens een tolkopdracht ook een van de vaardigheden is die je jezelf moet aanleren tijdens je studie, je stage en ook nog tijdens je tolkcarrière. Juist omdat ik het in die situatie niet goed heb aangepakt, heb ik daar ontzettend veel van kunnen leren.’

  1. Je bent nu twee jaar afgestudeerd, maar je hebt het wel al tot voorzitter van de NBTG [red. Nederlandse Beroepsvereniging voor Tolken Gebarentaal] geschopt! Hoe heb je dat voor elkaar gekregen?

‘Op de HU heb je het vak ondernemerschap en daarin word je op een goede manier gedwongen om alvast na te denken over de tijd ná je studie. Want in het laatste jaar van de studie ben je zo druk bezig met tentamens en scriptie, dat je soms uit het oog verliest wat je na je studie wilt doen. Voor mij was het wel vrij snel duidelijk dat ik iets voor de beroepsgroep wilde betekenen. Vakinhoudelijk had en heb ik wellicht nog bijna niks te betekenen omdat ik pas net kom kijken, maar ik neem wel mijn ervaring mee als manager en de jaren die ik al meedraai in het bedrijfsleven. Aanvankelijk wilde ik alleen gaan voor een plek als bestuurslid, maar ik wist toen ook nog niet dat de plek die vrij was precies die van voorzitter was. Tja… en wie A zegt, moet ook B zeggen!’

  1. Heb je een favoriet soort tolkopdracht?

‘Het gekke is: het gaat mij niet eens zozeer over de soort opdracht of de context, maar ik vind de lekkerste tolkopdrachten als ik zie dat een klant helemaal zichzelf kan zijn. Ik had laatst een opdracht waarbij een klant een uur lang over zichzelf moest vertellen, en ik kon dat voor hem naar gesproken Nederlands tolken met minimale onderbrekingen. Dat gaf echt een heel goed gevoel. Dat je echt weet dat die klant zich helemaal gehoord voelt, helemaal zijn ei kwijt kan. Goede representatie voor een klant, dat vind ik heel erg fijn en dan rijd ik met een voldaan gevoel daarna weer naar huis.’

  1. Wat voor soort opdracht zou je nog eens willen doen?

‘Iets wat ik nog hoop te mogen doen, maar vooral als ik nog wat meer ervaren ben, is bijvoorbeeld dat je helemaal mee kan gaan met iemand die een HBO-opleiding gaat doen. Dat je dan vanaf de zijlijn heel veel kennis kan opdoen in een heel onverwacht gebied, gewoon door te tolken voor de klant.

Aan de andere kant heb ik de mogelijkheid gekregen voor een vaste basisschool-onderwijsopdracht, in groep 1. Dus ik ga me waarschijnlijk toch tussen de kleine kinderen gooien. Nu kan ik dus mooi alvast meekijken met wat mijn dochter over twee jaar gaat leren!

  1. Is er iemand die je bewondert in de tolken- en/of dovenwereld?

‘Richard Cokart; hij is werkzaam bij het gebarencentrum, en hij heeft bijvoorbeeld net met Saar Muller hey Eurovisie Songfestival getolkt. De laatste keer heb ik het songfestival via allerlei verschillende schermen gekeken. Op een scherm met International Sign, dat waren allemaal dove tolken, en een ander scherm van de NOS/AVRO, een mengelmoes van dove en horende tolken.  Als je dan ziet hoe iemand als Richard dat doet… dat gaat met een souplesse en gemak, dat is jaloersmakend.’

  1. Wat doe je allemaal naast het tolken?

‘Tolken is niet mijn fulltime baan. Ik werk daarnaast ook bij Zaamzorg, een organisatie die zich inzet voor maatschappelijke ondersteuning voor doven en slechthorenden. En dan nog mijn rol bij de NBTG.

Naast werk ben ik vooral vader en geniet ik echt nog van mijn jonge gezin. Ik ben dus een co-ouderschap aangegaan samen met een vriendin en ik ben natuurlijk samen met mijn man. Wat wel grappig was, is dat mijn dochters eerste woord, zowel in spraak als gebaar, “lamp” was, en daarna pas “mama” en “papa”. Toen ze voor het eerst “papa” gebaarde was ik zo blij.’

  1. Welke taal spreken jullie in je gezin?

‘De moeder van mijn dochter en haar andere vader zijn doof. De taal tussen moeder en dochter is echt NGT (Nederlandse Gebarentaal). Als ik er bij ben, dan wordt dat meer NmG (Nederlands ondersteund met Gebaren), en dat is omdat mijn man daar ook een voorkeur voor heeft. Voor mij is het heel natuurlijk om gebaren te gebruiken, omdat ik het gebruik in alle delen van mijn leven. Mijn dochter doet eigenlijk alles nu ook tweetalig. En ze praat je de oren en ogen van het hoofd, hoewel er niet altijd kaas van te maken is. Laatst zag ze me een boterham met chocoladepasta eten en toen maakte ze het gebaar voor Italiaanse pasta, terwijl ze dus chocoladepasta bedoelde. Ze is dus al echt verbanden aan het leggen, zo mooi!’

  1. Waar ben je trots op in je leven, of zijn er momenten die je nog heel erg bij staan?

‘Waar ik het meest trots op ben is dat ik, met alle druk die daarbij hoort, een maand voordat mijn dochter geboren werd ben afgestudeerd. Dus samen met de geboorte waren dat echt twee hoogtepunten in een jaar. Dieptepunt was dat ik nadat mijn laatste cijfer werd ingevoerd ik nooit meer wat van de HU heb gehoord. Geen felicitatie en geen uitnodiging voor een diplomering. Later heb ik mijn diploma zelf maar opgehaald. Op Instagram plaatste ik een foto met onderschrift “ik heb mijn diploma opgehaald, niet met een receptie, maar bij de receptie.”’

Natuurlijk sloten we af met de vraag wie Kees zelf wel eens zou willen zien in de nagelsalon.

‘Yvonne Jobse, door de NBTG werken we veel samen en ik heb veel van haar geleerd. Ongelofelijk hoeveel zij nationaal en internationaal doet voor ons beroep. Ik vrees dat ze dat uitnodiging niet zal accepteren, maar ze mag gerust eens in het zonnetje worden gezet.’

Over Tolkcontact Lakt

Naast medewerker bij Tolkcontact is Ghislaine haar eigen nagelstudio begonnen. Een plek waar ze haar creativiteit de vrije loop kan laten gaan, én met mensen in contact komt. ‘Als je nagels lakt, kom je heel dicht bij iemand, dat opent de deur voor interessante gesprekken’, vertelt ze. ‘Iedereen heeft een verhaal te vertellen. Geef mij nu je hand, ik geef je er prachtige nagels voor terug.’

Wil je nou ook een keer geïnterviewd worden tijdens het krijgen van een fantastische nagelbehandeling? Stuur een e-mail naar contact@tolkcontact.nl en Ghislaine neemt contact met je op. En volg @cutiecoolnl op Instagram om meer van haar creatieve werk te zien.